Een glasvezelbreuk legt in één klap een wijk of bedrijf plat. Wij lokaliseren de schade tot op de meter en herstellen — dag en nacht, door heel Nederland.
Glas is sterk, maar onverbiddelijk: een vezel die te ver buigt of breekt, geleidt geen licht meer. Anders dan koper geeft glasvezel geen waarschuwing vooraf — de verbinding is er, of hij is er niet. En zodra hij wegvalt, valt alles erachter weg: internet, telefonie, betaalverkeer, alarmlijnen.
Veruit de grootste boosdoener is de graafschade. Een kraan die een meter naast het tracé staat, een grondroerder die zonder KLIC-melding begint, een oude tekening die niet klopt — en de schop gaat dwars door de kabel. Daarnaast zien we schade door verzakkingen die trekspanning op de vezel zetten, door knaagdieren in mantelbuizen, door water dat een slecht afgedichte mof binnendringt, en door te krappe bochten die pas maanden later als demping opduiken.
Soms is er geen breuk, maar een sluipend verlies: een vervuilde connector, een mof die langzaam vol water loopt, een las die het na jaren begeeft. Dat zijn de lastigste gevallen — de verbinding "werkt", maar haalt zijn snelheid niet. Juist daar maakt een goede meting het verschil tussen gokken en weten.
Graven op goed geluk kost tijd, geld en bestrating. Daarom begint elk storingsherstel met de OTDR-meting. We koppelen het meetapparaat aan de getroffen vezel en sturen een lichtpuls de kabel in. Waar de breuk zit, kaatst het licht abrupt terug — en omdat de lichtsnelheid in glas bekend is, rekent de OTDR de afstand uit tot op de meter nauwkeurig.
Die afstand vertalen we naar een plek in het tracé: zoveel meter vanaf de mof, net voorbij die kruising, onder dat trottoir. Pas als we weten wáár, gaat de schop de grond in — gericht, met een minimale ontgraving in plaats van een halve straat open.
Bij sluipende problemen werkt dezelfde meting andersom: de trace laat zien wélke gebeurtenis het verlies veroorzaakt, zodat we de juiste connector reinigen of de juiste las vervangen — niet het hele tracé vernieuwen.
Scroll en volg de lichtpuls langs de zes stappen van een storingsherstel.
U belt, 24/7. We noteren locatie, impact en bereikbaarheid.
OTDR-meting bepaalt de breuk tot op de meter.
Gerichte ontgraving precies op het gemeten punt.
Vezels opnieuw versmolten, onder de 0,1 dB.
Controlemeting bevestigt: verbinding binnen de norm.
Lampjes weer groen. Rapport van het herstel volgt.
Bij een grote uitval telt elke minuut. Daarom kiezen we vaak voor een tweetrapsaanpak: eerst zo snel mogelijk een werkende verbinding terug, daarna op een gepland moment het nette, definitieve herstel. Een tijdelijke noodlas of een omleidingsvezel kan een wijk binnen enkele uren weer online brengen, ook al ligt de straat dan nog niet helemaal dicht.
Het definitieve herstel volgt zodra de situatie het toelaat: een volwaardige mof of cassette, correcte overlengtes, een waterdichte afdichting en bestrating die strak teruggaat. Pas dan is de storing écht afgesloten — en vastgelegd in een meetrapport, zodat de volgende monteur jaren later precies ziet wat er is gebeurd.
Exacte tijden hangen af van locatie, diepte en omgeving — een breuk onder een drukke rijbaan vraagt nu eenmaal meer dan één in een berm. Wat vaststaat: we communiceren eerlijk over wat haalbaar is en houden u op de hoogte.
Er is geen mooier moment in dit vak dan de rij lampjes die één voor één weer groen springt. Het betekent dat het signaal terug is, de meting klopt en de mensen achter die verbinding er niets meer van merken.
Tot die lampjes groen staan, is een storing voor ons niet opgelost. We leveren geen "het doet het weer" af zonder de meting die het bewijst — want een verbinding die net binnen de marge hangt, is de storing van volgende maand.
Wij draaien graag mee in uw storingsrooster — met meetrapportage bij elk herstel.